‘Van lineair naar circulair bouwen’ – hoe verder?

Op het symposium ‘Van lineair naar circulair bouwen’ leidde Nico Out na de pauze een levendige gedachtewisseling. Het gesprek spitste zich toe op bewustwording, op een andere ontwerppraktijk en op de kosten en baten van circulair bouwen.

Bewustwording

Emmy Galama (permanent Vertegenwoordiger van  de International Council of Women bij UNHABITAT) benadrukt de waarde van bewustwording. ,,Ontwikkeling begint bij bewustzijn. Maak op school duidelijk wat kan en moet. Op de basisschool, de middelbare school, in het hoger onderwijs. Ouders gaan voor gezondheid, dus begin bij bewoners. Richt je op vrouwenorganisaties, daar vind je moeders. Die zijn kritisch, letten erop dat het goed, gezond en leefbaar moet zijn. En oriënteer je internationaal. In Europa is hout hot. In Nederland zijn we nog veel bezig met steen. Architecten en bouwers, mensen met verstand van nieuwe ontwikkelingen, kunnen onze horizon verbreden, ons helpen uit onze comfortzone te stappen.”

Willem Böttger bevestigt de waarde van het over de grens kijken: ,,In België bijvoorbeeld, daar letten ze vooral op comfort. ,,Als mensen dus weten dat het fijner is, zijn ze bereid er meer voor te betalen”, stelt ook Ron Flipse. ,,We zien dat in het buitenland, in Duitsland. Daar leggen ze de lat hoger. Ze kiezen andere materialen.” Menno Stoffelsen (Things called M) bepleit inzet op bewustwording: ,,Nederlanders kiezen kwantiteit boven kwaliteit. Wie bouwt, bouwt liever iets wat sneller af is dan iets wat betere kwaliteit heeft. Arbeidskosten zijn hoog, maar de kwaliteit van materiaal en constructie moet juist hoger zijn. Je moet mensen hier ervan bewust maken dat anders moet en kan.” Nico Fierloos (architect) is het daarmee eens: ,, Het is belangrijk om de waarde van biobased bouwen niet alleen in geld uit te drukken maar juist in comfort en gezondheid.”

Andere materialen, andere ontwerpen

Menno Stoffelsen  is benieuwd naar de consequenties van andere, biobased materialen voor het ontwerp. Wat zijn belangrijke ontwikkelingen die eraan komen? Willem Böttger: ,,Er zijn veel biologische materialen, er kunnen allerlei nieuwe combinaties gemaakt worden met materialen uit de natuur. Je kunt bijvoorbeeld wortels van paddenstoelen gebruiken als isolatie. Wij bouwen erg zwaar als je kijkt naar hoe dieren bouwen. Van hen kunnen we leren. Dat vraagt om bouwfysisch onderzoek. Het vak van ontwerper en producent verandert. We moeten voorbeeldhuizen maken.” Student Jochem Compiet: ,,Op school zien we steeds meer samenwerking tussen verschillende vakgebieden. Je hebt elkaar nodig, vult elkaar aan.” ,,Nieuwe materialen vragen om nieuwe manieren om te produceren,” zegt Ad Kil (RO&AD architecten). ,,Dat heeft ontwikkeltijd nodig. We moeten de taal van het materiaal leren. En de toepassing hiervan effectief laten zien.” Student Kaan Kalak trekt de lijn door naar het beroepsonderwijs: ,,Geen knaufstucadoors maar leemstucadoors opleiden” is zijn advies.

Daar is Ron Flipse van Bouwgroep Peters het mee eens: ,,Natuurlijk spelen geld en regelgeving een rol. Maar het draait uiteindelijk om de vraag naar circulair bouwen. We hebben projecten nodig om op te kunnen oefenen. Zodat kennis kan worden uitgebreid en verspreid. Wij hebben het voor elkaar gekregen dat er nu een aantal woningen in Zeeland op een biobased manier worden gerenoveerd. Andere partijen sluiten daarbij aan. We onderzoeken de verschillen tussen circulair bouwen en traditionele methodes. Het moet nog verder uitgewerkt worden, ook in samenwerking met de Hogeschool Zeeland. Als aannemer is het bijvoorbeeld moeilijk een prijs in te schatten voor iets wat je nog nooit gemaakt heb. Dat maakt het ook moeilijk om garantie te geven.

Leon de Kok: ,,Als leverancier van biobased materialen kunnen wij daarin adviseren. Maar het is vooral belangrijk de keten aan het werk te zetten, dit samen met alle partners aan te pakken.” Hans  Geerse (Emergis)bevestigt dat: ,,We weten meer over de mogelijkheden van materialen. Die kennis moeten we in processen toepassen waarin opdrachtgever en architect andere rollen vervullen dan voorheen.”

Prijs of kwaliteit?

Circulair bouwen is niet goedkoop. Maar de effecten die het traditionele bouwen heeft op grondstoffen, energie en CO2-uitstoot zijn niet in de prijs van materialen en werkwijze terug te vinden. Daarom vraagt Pascal Elegeert (Switch) zich af: ,,Fossiele grondstoffen worden schaarser. Zouden die dan niet duurder moeten zijn dan biobased materialen?” ,,Misschien niet hoger maar reëler prijzen”, vindt Menno Stoffelsen. ,,Kijk je bijvoorbeeld naar vlaswol of steenwol, dan kan reëel prijzen helpen om de duurzame vervangers goedkoper te maken.” Ook hier speelt de vraag de hoofdrol. Mardick Minnaard (Topcasco bv): ,,De afnamehoeveelheid is belangrijk. De duurzame energieprijzen gaan dalen. Op korte termijn kan regelgeving meewerken, dat zien we in de praktijk al. En wij merken dat mensen de prijs van biobased producten best willen betalen.” De kosten van onderhoud worden in de afwegingen rond de prijs vaak niet meegenomen, stelt Ron Flipse: ,,Wat we niet moet vergeten: veel traditionele afwerkingsmaterialen vergen snel onderhoud.”

Tot slot. Wat kunnen architecten doen?

,,Architecten kunnen referentieprojecten helpen realiseren. Als mensen de leefkwaliteit ervan  ervaren, zal de vraag naar circulair bouwen toenemen”, stelt Taco Tuinhof . ,,Iets wat passief is gebouwd geeft comfort. Dat geeft een positieve beleving. En daarvoor willen mensen wel betalen.” De nieuwe kliniek van Emergis biedt in elk geval kansen om veel mensen kennis te laten maken met de belevingskwaliteit van een circulair gebouw. Dorine Peters: ,,Wij hebben ongeveer 650 bedden, maar veel meer cliënten die voor behandeling komen. Als een deel ervan bij ons een positieve beleving heeft en wij hen helpen die naar buiten te brengen, komen we verder!”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

X

Pin It on Pinterest

X